Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Treeport Zundert wil met scholen en bedrijven toewerken naar een basisopleiding met modulaire verdieping en een doorlopende leerlijn richting 2040

ARTIKEL
REGELGEVING & JURIDISCH
Facebook Linkedin Whatsapp
Huub Snijders, maandag 16 februari 2026
265 sec


Brabantse onderwijsvraag is ook een organisatievraag

Op de Groenbeurs Brabant in Oisterwijk klonk het onverwacht fel. Kwekers die 'steen en been' klaagden over het ontbreken van degelijk boomkwekerijonderwijs in Brabant. Niet omdat het onderwerp nieuw is, maar omdat het ineens urgent wordt zodra het om je eigen kinderen gaat. Zo verschijnt de vraag waarom er geen vervolgonderwijs meer is. Die emotie is begrijpelijk, maar helpt niet om het probleem op te lossen.


Precies daarom schuiven David Bömer, manager van Coöperatieve Vereniging Treeport Zundert U.A., en René van Gastel (Groeibalans), lid van de commissie Onderwijs van Treeport, aan bij ROOTZ in Zundert: om de vraag terug te brengen naar de feiten én naar de oplossing. Want er is onderwijs. Alleen: het staat niet in verhouding tot de sector. 'Het aantal leerlingen staat niet in verhouding tot de bedrijvigheid,' zegt Bömer. En dat schuurt, omdat Brabant met Zundert en Haaren/Oirschot als zwaartepunten een van de meest vooraanstaande boomkwekerijregio's van Nederland is. 'Als het ergens moet gebeuren, dan is het daar.'

Er is aanbod, maar te weinig massa en te weinig focus

In Brabant zijn er reguliere groene opleidingen, bijvoorbeeld via Curio en Yuverta. Er zijn BOL- en BBL-routes, en er zijn losse initiatieven. Maar de instroom is dun. 'Het gaat niet in de vele tientallen,' klinkt het. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: onderwijsinstellingen hebben aantallen nodig om een opleiding te draaien, terwijl bedrijven juist roepen dat ze vakmensen tekortkomen.
En dat tekort gaat niet over 'ongeschoold' personeel, maar over vakinhoudelijke diepgang. Bömer: 'Te weinig gespecialiseerd geschoold, te weinig specifieke vakkennis, iets wat je eigenlijk in het onderwijs mee moet krijgen.' Dat is een cruciaal onderscheid. De Brabantse kwekerij draait al lang niet meer op alleen 'handjes tussen de planten'. Het vak is breder geworden: mechanisatie, robotisering, gewasbescherming, logistiek en steeds strakkere wet- en regelgeving. Van Gastel vat het scherp samen: de gewenste vaardigheden lopen 'van links helemaal naar rechts'.


Onderwijs moet wendbaar worden, zonder elke twee maanden het wiel opnieuw uit te vinden

Twee werelden, één opdracht

De kern van de discussie zit niet alleen daar, maar in de samenwerking tussen onderwijs en praktijk. Bömer benoemt het verschil bijna cultuur-sociologisch: 'Het onderwijs heeft een vergadercultuur. En de boomkwekerij heeft een doencultuur.' Dat botst. Niet omdat docenten niet willen, maar omdat de logica anders is. Waar het onderwijs graag werkt met kaders, termen en afkortingen, wil de praktijk dat iets direct toepasbaar is en meebeweegt met het seizoen, de markt en de regelgeving.
Die mismatch speelde eerder ook in de werkgroep Onderwijs van Treeport. In het verleden zaten er veel kwekers tegelijkertijd met het onderwijs aan tafel, maar haakten ze enigszins gefrustreerd af door frustratie: te veel onderwijslogica, te weinig praktijkinvulling. De oplossingsrichting die nu wordt gekozen is veelzeggend: de werkgroep Onderwijs is gesplitst in twee sporen. Eén spoor praat 'de taal van de scholen', het andere spoor borgt de praktijk. Bömer: 'De kwaliteit van de lesstof moet kloppen met wat gedoceerd wordt. Het moet gevolgd worden door praktijk en eigenlijk gevalideerd.'
Dat is precies waar Treeport zich als brug ziet. Niet als onderwijsinstelling, maar als organisatie die de verbinding kan maken en kan bewaken dat het curriculum niet achter de feiten aanloopt. 'Als je nu lesstof voor 2026-2027 maakt, moet die niet in 2032 gaan draaien,' waarschuwt Bömer. Met andere woorden: onderwijs moet wendbaar worden, zonder elke twee maanden het wiel opnieuw uit te vinden.


David Bömer, Treeport

Van laanboom tot waterplant: Brabant vraagt om modulair onderwijs

Opheusden bewijst dat een praktijkgedragen opleiding kan werken. Daar is de inhoud sterk geënt op laanbomen. Brabant is echter een ander verhaal. In de regio lopen laanbomen, spillen, (pot)planten, sierheesters en specialismen door elkaar. Dat maakt het inhoudelijk interessant, maar organisatorisch uitdagender: je kunt niet voor elke niche een aparte opleiding opzetten.
Daarom schuift in het gesprek een richting naar voren die voor Brabant wél schaalbaar is: een brede basisopleiding met daarbovenop specialistische 'bouwstenen'. Van Gastel en Bömer schetsen een onderwijsmodel waarin studenten eerst de grondbeginselen meekrijgen - plant, bodem, water, arbeid, veiligheid, basisgewasbescherming - en daarna via modules verdiepen richting het segment waar ze in willen werken. Denk aan laanboomteelt, containerteelt, opkweek, logistiek, mechanisatie/robotisering of teelttechniek. Het voordeel: je organiseert één stevige basis en laat de specialisatie meebewegen met de vraag uit bedrijven.


De sector moet niet sturen op negativiteit, maar op continuïteit

Een van de scherpste observaties in dit deel van het gesprek is dat 'negativiteit' lastig te organiseren is. 'Negativiteit los je op en dan is vaak ook de urgentie weg,' klinkt het. Met onderwijs werkt dat anders: de urgentie blijft, want het gaat om een langetermijnvoorziening die je jaarlijks moet voeden. Het is precies waarom ad-hocinitiatieven na een paar jaar weer kunnen wegzakken: de 'piek' is voorbij, de druk neemt af en de structuur verdwijnt.
Daarom schuift Bömer een ongemakkelijke maar logische gedachte naar voren: als je een bestendige opleiding wilt, moet de sector zelf ook voorspelbaar worden in instroom. Idealiter levert iedere kwekerij, groot of klein, elk jaar een bijdrage aan werving, stageplekken of instroom. Niet omdat elk bedrijf per se een leerling moet aannemen, maar omdat je alleen met collectieve aanvoer een opleiding overeind houdt. Met circa 190 leden heeft Treeport daar in theorie de schaal voor.


Vrijwilligerswerk is een start, geen eindstation

De werkgroep draait nu voor een belangrijk deel op energie en bereidheid van mensen 'uit het veld'. Dat is waardevol, maar kwetsbaar. Zodra het seizoen piekt of bedrijven het druk hebben, valt er onvermijdelijk iets stil. Daarom is de conclusie opvallend eensgezind: er moet een structurele schakel komen die het proces gaande houdt. Een betaalde coördinator die op de gewenste schaal de verbinding legt tussen scholen, bedrijven, docenten, stageplaatsen, werving en de inhoudelijke kwaliteitscheck. Niet als extra 'laag', maar als motor die voorkomt dat het elk jaar opnieuw begint.


Opheusden en Boskoop bewijzen: het kan wél, mits onafhankelijk en praktijkgedragen

Dat het wél kan, blijkt ook uit het commentaar van Erik Stuurbrink van LTO Vakgroep Bomen, Vaste Planten en Zomerbloemen. Hij geeft les bij de boomteeltopleiding in Opheusden en was betrokken bij de opzet van de opleiding in Boskoop. Zijn kernpunt: succes ontstaat niet vanzelf, maar door eigenaarschap vanuit ondernemers, actieve werving en een stevig netwerk van praktijkbedrijven.
Daarbij hoort ook een duidelijke grens: praktijkmensen kunnen lesgeven, maar het mag geen commercieel project worden. 'Je moet onafhankelijk kunnen geven. En het moet echt onderwijs zijn,' aldus Bömer.


René van Gastel, GroeiBalans

Meer dan 'boomkwekerij': koppel ook techniek, logistiek en lab aan de sector

Voor de lange termijn wordt de focus volgens Bömer en Van Gastel breder gelegd dan 'alleen' boomkwekerijmedewerkers. De sector heeft ook technici, laboranten, logistiek personeel en ondersteunende functies nodig. Juist daar liggen kansen om nieuwe doelgroepen aan te spreken: korte modules binnen technische opleidingen, gastlessen of praktijkopdrachten die laten zien waar een installatiebouwer, monteur, data-analist of laborant in de boomkwekerij terechtkomt. Dat helpt ook tegen het hardnekkige imago dat werken met de handen minderwaardig zou zijn. De boomkwekerij is in de praktijk een moderne keten waar kennis, techniek en vakmanschap samenkomen.


Richting 2040: een lange lijn met een concreet ijkmoment

Treeport koppelt het onderwijsdossier nadrukkelijk aan de lange termijn. Bömer geeft aan dat het onderwerp landt in de visie 2040 die momenteel wordt opgesteld. Daarnaast noemt hij een concreet ijkmoment: op 2 oktober 2026 wil Treeport naar buiten treden met de visie voor jongeren. Dat is relevant, omdat onderwijs alleen toekomstvast wordt als het aansluit bij een nieuwe generatie, en als de sector zelf bereid is om samen te organiseren in plaats van ieder voor zich.
De conclusie is daarmee positief kritisch: Brabant mist geen ideeën, geen locaties en geen bedrijven. De bouwstenen liggen er. De vraag is of de regio het vaste ritme durft te organiseren: een basisopleiding die ieder jaar draait, een modulair systeem dat meegroeit met de sector, een onafhankelijke kwaliteitscheck vanuit de praktijk én een structurele coördinatie die niet afhankelijk is van vrijwillige avonden. Als die puzzel gelegd wordt, heeft Brabant alle ingrediënten om van onderwijs weer een strategisch voordeel te maken, in plaats van een terugkerend knelpunt.


LEES OOK

Coöperatieve Vereniging ...
Groeibalans
Curio
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

download artikel
bestel tijdschrift
tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
AGENDA
Tiende editie van sierteeltbeurs Myplant & Garden van 18 tot en met 20 februari
woensdag 18 februari 2026
t/m vrijdag 20 februari 2026

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER