Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Congres Bomen Voor de Toekomst: 'De toekomst van bomen wordt minder zwart-wit'

NIEUWS
BELEID & JURIDISCH
Facebook Linkedin Whatsapp
Hein van Iersel, zaterdag 20 juni 2026
229 sec


Debat over inheems, uitheems en invasief verschuift naar klimaatbestendigheid, biodiversiteit en functie

Op een tropisch warme dag op 18 juni kwamen zo'n 150 boomprofessionals bij elkaar bij BOOT & DART voor het symposium Bomen voor de Toekomst, georganiseerd door de NDV en KVBC in samenwerking met vakblad Boomzorg. De centrale vraag van de dag was Welke bomen we in de toekomst moeten planten? Een eenduidig antwoord kwam er niet. Wel tekende zich een duidelijke rode draad af: de discussie over toekomstbomen laat zich steeds minder vangen in tegenstellingen als inheems versus uitheems of invasief versus niet-invasief. Klimaatverandering, biodiversiteit, groeiplaats en beheer vragen om meer nuance.

Congres Bomen Voor de Toekomst
Congres Bomen Voor de Toekomst

Jesse Beyer NVWA

Van regelgeving tot risicobeheer

Jesse Beyer van de NVWA trapte de dag af met een overzicht van de Europese regelgeving rondom invasieve exoten. Daarbij maakte hij onderscheid tussen nieuwe invasieve soorten, waarvoor snelle bestrijding verplicht is, en soorten die al breed gevestigd zijn. Bij die laatste categorie ligt de nadruk vooral op beheersing en het beperken van schade. Beyer liet zien dat regelgeving en de praktijk van bestrijden zeker niet samenvallen. Bovendien zijn niet alle problematische soorten opgenomen op Europese lijsten. Zijn boodschap: kijk niet alleen naar de herkomst van een soort, maar ook naar risico's, verspreidingskansen en de plek waar een boom wordt toegepast.


'Niet iedere exoot is invasief, maar klimaatverandering kan de spelregels wel veranderen.'

Baudewijn Odé van Floron

Voorzichtigheid vanuit biodiversiteit

Baudewijn Odé van Floron vertegenwoordigde een duidelijk andere invalshoek. Volgens hem blijven inheemse soorten de belangrijkste bouwstenen voor biodiversiteit. Ze zijn vaak verbonden met honderden insecten-, schimmel- en diersoorten waarmee ze zich gedurende duizenden jaren samen hebben ontwikkeld. Odé waarschuwde dat invasieve soorten vaak pas als probleem worden herkend wanneer ze zich al hebben gevestigd. Daarom pleitte hij voor terughoudendheid bij soorten waarvan bekend is dat ze zich gemakkelijk verspreiden. Klimaatbestendigheid mag volgens hem nooit het enige selectiecriterium zijn.


Barbara Gravendeel, Hortus Botanicus Leiden
'Wie biodiversiteit centraal stelt, komt vaak nog steeds uit bij inheemse soorten.'

Klimaatverandering vraagt om nieuwe keuzes

Barbara Gravendeel van Hortus Botanicus Leiden keek vooral naar de gevolgen van klimaatverandering voor het bomenbestand. Soorten als beuk krijgen het in steden steeds moeilijker door hitte, droogte en verzilting. Daarom wordt binnen het onderzoeksprogramma CSI Trees gezocht naar soorten die beter bestand zijn tegen het klimaat van morgen.
Gravendeel pleitte voor een vorm van begeleide migratie, waarbij soorten uit gebieden met een toekomstig vergelijkbaar klimaat gecontroleerd worden getest. Daarbij moet volgens haar niet alleen naar overleving worden gekeken, maar ook naar ecologische effecten.


Margareth Hop van BOOT & DART

Van theorie naar praktijk

Na de meer filosofische en ecologische beschouwingen bracht boomveredelaar Margareth Hop van BOOT & DART de discussie naar de dagelijkse praktijk van kwekers en beheerders. Bomen die vandaag worden veredeld, staan immers pas over tientallen jaren in het straatbeeld. Volgens Hop vragen toekomstige steden om bomen die beter bestand zijn tegen droogte, wateroverlast, ziekten en beperkte groeiruimte. Ook riep zij op om meer gebruik te maken van resistente cultivars en een grotere soortenrijkdom na te streven. Daarnaast liet zij zien dat biodiversiteit niet uitsluitend afhankelijk is van inheemse soorten. Verwante uitheemse soorten kunnen volgens onderzoek eveneens een belangrijke bijdrage leveren aan insectenpopulaties. Hop constateert zij dat de sector te weinig gebruikmaakt van bestaande kennis over ziekteresistentie, wat gebruik van gewasbescherming zou kunnen verlagen. Bijvoorbeeld Fraxinus excelsior 'Diversifolia' en F. excelsior 'Geesink' bleken in onderzoek minder gevoelig voor essentaksterfte. Toch blijft de vraag uit, omdat opdrachtgevers vaak vasthouden aan bekend sortiment.


Abraham Rammeloo van Arboretum Kalmthout

Arboreta als proeftuin

Abraham Rammeloo van Arboretum Kalmthout liet zien hoe sterk het klimaat de afgelopen decennia al is veranderd. Soorten die vroeger als kuipplant golden of onvoldoende winterhard werden geacht, blijken inmiddels probleemloos buiten te groeien in Nederland en België. Hij noemde onder meer Magnolia grandiflora, Albizia, Nandina, Koelreuteria, steeneik en zelfs Sequoia sempervirens als voorbeelden van soorten, die zich verrassend goed aanpassen aan de huidige omstandigheden. Tegelijk waarschuwde hij dat niet iedere nieuwkomer een succesverhaal wordt en dat sommige soorten juist te agressief blijken. Volgens Rammeloo vormen arboreta daarom een belangrijke proeftuin voor de toekomst. Daar wordt al tientallen jaren ervaring opgedaan met soorten die mogelijk een grotere rol gaan spelen in het bomenbestand van morgen.


'Veel soorten waarvan we dachten dat ze hier nooit zouden groeien, doen het inmiddels uitstekend.'

Een kritische blik op invasieve exoten

Nico D'Hamers van PAN Boomverzorging zette vraagtekens bij het dominante denken over invasieve exoten. Volgens hem richten discussies zich vaak op de herkomst van soorten, terwijl grotere problemen zoals klimaatverandering, stikstofbelasting en habitatverlies minstens zo bepalend zijn voor biodiversiteit. Met voorbeelden uit verschillende Europese landen liet hij zien dat soorten als hemelboom vaak opduiken op plekken die al verstoord zijn. In plaats van uitsluitend naar de soort te kijken, pleitte hij ervoor om ook te onderzoeken welke rol zulke pioniers vervullen binnen ecosystemen. Zijn bijdrage zorgde voor een van de scherpste discussies van de dag en onderstreepte hoe verschillend de visies op exoten nog altijd zijn.


Botanisch filosoof Norbert Peeters van Wageningen University & Research

Van vijanddenken naar gedrag van soorten

Botanisch filosoof Norbert Peeters van Wageningen University & Research plaatste vraagtekens bij het scherpe onderscheid tussen inheemse en uitheemse soorten. In een historisch overzicht liet hij zien dat veel soorten die tegenwoordig als probleemsoort worden gezien ooit juist bewust werden geďntroduceerd en aanbevolen. Zo werd de Amerikaanse vogelkers aanvankelijk geprezen als nuttige bosplant en werden talloze exotische bomen in de negentiende eeuw actief naar Europa gehaald voor bosbouw, landschapsaanleg en tuinarchitectuur.
Volgens Peeters moeten soorten niet primair worden beoordeeld op hun herkomst, maar op hun gedrag en hun ecologische effecten. Hij waarschuwde daarbij voor te militair taalgebruik rond invasieve exoten, waarbij termen als 'aanvalsplan', 'indringer' en 'vijand' het debat kunnen sturen. In een wereld waarin mensen al eeuwenlang planten en dieren over de aarde verplaatsen, is de grens tussen inheems en uitheems volgens hem minder scherp dan vaak wordt aangenomen.


'De vraag is niet alleen waar een soort vandaan komt, maar vooral wat een soort doet.'

Bos vraagt om andere keuzes dan de stad

Bas Lerink van Wageningen University & Research sloot af met resultaten uit de Nederlandse Bosinventarisatie. Daaruit blijkt dat de samenstelling van Nederlandse bossen veel stabieler is dan vaak wordt gedacht. Grove den, eik en berk domineren nog altijd het bosbeeld. Wel neemt de boomsterfte toe en hadden de droge jaren tussen 2018 en 2022 een duidelijke invloed op de groei. Toch tonen inheemse soorten als eik en beuk volgens langjarige groeireeksen nog steeds veel veerkracht. Lerink waarschuwde daarom voor al te snelle conclusies over het vervangen van bestaande bossoorten. Tegelijk ziet hij ruimte voor experimenten met nieuwe soorten, vooral in multifunctionele bossen waar ook houtproductie een rol speelt.


Eén conclusie, veel nuances

Hoewel de sprekers soms lijnrecht tegenover elkaar leken te staan, ontstond aan het einde van de dag toch een opvallende overeenkomst. Vrijwel niemand pleitte voor een rigide keuze tussen uitsluitend inheemse of uitsluitend uitheemse soorten. Dé boom van de toekomst bestaat waarschijnlijk niet. De toekomst ligt eerder in een zorgvuldig samengesteld sortiment, waarbij biodiversiteit, klimaatbestendigheid, groeiplaats en beheer gezamenlijk bepalen welke boom op welke plek het meest geschikt is.


Boot & Dart Boomkwekerije...
NDV Nederlandse Dendrolog...
Koninklijke Vereniging vo...
NVWA Wageningen
Wageningen University and...
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.
AGENDA
Techniekdag Boomteelt op 25 juni
donderdag 25 juni 2026
Data Innovatiedagen Boomkwekerij bekend
woensdag 9 september 2026
t/m vrijdag 18 september 2026

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER