Een kapotgevreten boom is duurder dan een boomkoker |
|
|
|
|
 |
| 105 sec |
Stijgende plant- en arbeidskosten maken boombescherming steeds vanzelfsprekender
Boombescherming werd jarenlang vooral gezien als een noodzakelijk hulpmiddel tegen vraatschade. Een bijkomend product waar weinig aandacht naartoe ging. Volgens Henk Huijsman van Laxsjon Plants verandert dat beeld momenteel snel. 'Eigenlijk begint het langzaam een hoofdproduct te worden,' zegt hij. Tijdens een rondgang langs verschillende houten beschermingssystemen vertelt Huijsman hoe sterk de markt volgens hem verandert.
'Plantgoed wordt duurder, arbeid wordt duurder en opdrachtgevers stellen steeds hogere eisen. Dan kun je het je eigenlijk niet permitteren dat jonge aanplant wegvalt.'
Uitval wordt steeds kostbaarder
Volgens Huijsman wordt de discussie rond boombescherming vaak te eenvoudig gevoerd. 'Mensen kijken alleen naar de prijs van een boomkoker,' merkt Huijsman op. 'Maar uiteindelijk moet je kijken naar de totale kosten van uitval.' Vooral in bos- en haagplantsoen ziet hij dat bescherming steeds vaker standaard onderdeel van het project wordt. 'In Engeland zetten ze vrijwel alles in kokers,' vertelt hij. 'In Nederland wordt soms nog gedacht: als twintig procent wordt opgevreten, nemen we dat wel voor lief. Maar eigenlijk is dat natuurlijk hartstikke duur.' Volgens hem zit de echte schade vaak niet eens in het verloren plantmateriaal. 'Inboeten is nog veel duurder. Je moet terug het terrein in, opnieuw planten en opnieuw arbeid inzetten. Daar gaat het geld zitten.'
|
|
'Dat plastic moet er na vijf of zeven jaar ook weer uit. Daar wordt vaak te makkelijk over gedacht'
| |
|
Arbeidstechnisch eenvoudiger
Hoewel duurzaamheid een belangrijke rol speelt, denkt Huijsman dat vooral arbeid een doorslaggevende factor gaat worden. Hij pakt een van de meer open plantskeletkokers vast. 'Kijk, arbeidstechnisch is dit gewoon veel eenvoudiger. Bij een traditionele kunststofkoker moet je alles uitvouwen, paaltjes slaan, bevestigen en later ook weer verwijderen. Dit sla je in de grond en je bent klaar.' Volgens hem onderschatten veel bedrijven hoeveel arbeid uiteindelijk in traditionele systemen gaat zitten. 'Dat plastic moet er na vijf of zeven jaar ook weer uit. Daar wordt vaak te makkelijk over gedacht.'
Interessant voor laanboomkwekers
Hoewel Laxsjon zich met de houten systemen vooral richt op aannemers, boomverzorgers en bosgroepen, ziet Huijsman ook kansen richting laanboomkwekers. 'Vooral de grotere laanboomkwekers zouden hier iets mee kunnen,' denkt hij. Daarbij speelt volgens hem niet alleen duurzaamheid een rol, maar ook uitstraling. 'Als een architect of opdrachtgever over een kwekerij loopt en overal plastic kokers ziet staan, dan geeft dat toch een bepaald beeld,' legt Huijsman uit. 'Deze houten systemen ogen veel natuurlijker.' Volgens Huijsman kan dat juist interessant worden voor bedrijven die sterk inzetten op duurzaamheid en uitstraling richting opdrachtgevers.
|
|
'Als een architect of opdrachtgever over een kwekerij loopt en overal plastic kokers ziet staan, dan geeft dat toch een bepaald beeld'
| |
|
Hout als alternatief voor kunststof
De nieuwste generatie houten kokers bestaat onder meer uit fijnsparhout en eikenhout. Volgens Huijsman gaat de nieuwste gezaagde versie minimaal vijf jaar mee. 'Dat is eigenlijk precies lang genoeg. In die jeugdfase moet je een boom beschermen. Daarna redt hij zichzelf meestal wel.' Daarnaast ziet hij nog een extra voordeel: 'Veel van dat fijnsparhout komt uit bossen waar de bomen zijn aangetast door letterzetters. Dat hout krijgt zo alsnog een nuttige toepassing.' Volgens Huijsman groeit de vraag momenteel snel. 'Bosgroepen, aannemers en natuurprojecten zoeken allemaal naar alternatieven voor kunststof,' zegt Huijsman. 'Die omslag gaat echt hard.'
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|